commentaar op de aalscholver

Marcel, dit is een indrukwekkend en zwaar verhaal — ik heb het aandachtig gelezen.
Wat me het meest opvalt:
De vervaging tussen jou en je vader
Je laat de grenzen tussen verteller en oude man bewust vervagen — op momenten weet je als lezer niet meer zeker wie er nu spreekt, wiens herinnering het is (“hij, mijn zoon, ook niet. Maar woonde er wel”). Dat is geen fout, het is juist de kern van het verhaal: trauma dat overgaat van vader op zoon, zo diep dat de identiteiten door elkaar lopen. Het bankje wordt een soort niemandsland waar verleden en heden, vader en zoon, samenkomen.
De aalscholver als terugkerend beeld
Dat vind ik het sterkste element van het verhaal. De vogel die doodt om zijn jongen te voeden — “een moordenaar in schaapskleren” — wordt een spiegel voor wat de oude man vertelt: overleven, doden, instandhouding van de soort, zonder morele lading. Het is een beeld dat de oorlogsgruwel even op afstand zet, in de natuur, en daardoor juist harder aankomt.
De herhaling en het “afronden zonder afronding”
Het verhaal eindigt bijna waar het begint — dezelfde warme dag, dezelfde rivier, dezelfde aalscholver. Maar de laatste zin — “Ik zag dat nu weer alleen zittend op dat bankje, samen met de schuld” — verandert alles. De cirkel sluit niet, hij toont juist dat er nooit een einde komt. Dat is een sterke, onopgesmukte manier om te laten zien dat trauma niet “verwerkt” wordt, het blijft zitten.